Gomarus College

Talenontwikkeling in de tweede fase

 

Waartoe

Op de HV-bovenbouw van het Gomarus College willen we dat leerlingen optimaal voorbereid zijn op het vervolg onderwijs. Daarnaast willen we een stimulerende leeromgeving bieden waarin leerlingen hun gaven en talenten ontwikkelen.
Dit sluit aan bij de missie en visie van de school waarin aandacht wordt gevraagd voor ontwikkeling van gaven en talenten, verschillen tussen leerlingen en voorbereiding op de vervolgopleiding en de samenleving.
In de school wordt hieraan al jaren gewerkt door meerdere docenten/vaksecties. Daarbij wordt gebruik gemaakt van landelijke en regionale activiteiten, zoals olympiades, allerlei wedstrijden op het gebied van taal, sportieve evenementen, etc.
Deze activiteiten willen we graag onder het kopje talentontwikkeling integreren in een samenhangend en duidelijk zichtbaar onderdeel van het onderwijsprogramma voor alle leerlingen.

Waarom

We hebben het idee dat we als school ons te makkelijk neerleggen bij het niveau van de goede middelmaat.
Dit sluit ook aan bij de knelpunten en de daarmee samenhangende beleidsprioriteiten die in de kwaliteitsnota ‘onderwijs met ambitie’ zijn geformuleerd. Eén van die zes beleidsprioriteiten is uitblinken. Daarmee wordt bedoeld uit alle leerlingen van elk niveau het beste halen. Dit wordt gekoppeld aan de best passende startkwalificatie. Kernwoorden zijn talentontwikkeling, maatwerk en cultuuromslag. Met cultuuromslag wordt bedoeld: geen genoegen nemen met een zesje.

Hoe

Als school willen we een extra inspanning leveren een daarop gerichte leeromgeving verder vorm te geven voor alle leerlingen van onze locatie.
We brengen hierbij onderscheid aan tussen vwo- en havoleerlingen, omdat er grote verschillen tussen deze groepen leerlingen zijn.
Niet alleen tussen de havisten en vwo’ers zijn verschillen, maar ook binnen de havogroep zelf. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat leerlingen blijven “steken” op het havoniveau. Dit geldt bijvoorbeeld voor leerlingen die heel goed presteren op bètavakken maar slecht zijn in talen. Een andere verklaring is dat op het vwo die leerlingen worden geselecteerd die het best passen bij de gebruikte didactiek wat betreft leerstijl (denkers) en intelligentie (taalkundig en logisch-wiskundig). Tenslotte zijn er leerlingen die op het havo blijven zitten door gebrek aan inzet en werkhouding.[1]

Om voor al deze verschillende leerlingen een uitdagend aanbod te kunnen realiseren is het van belang dat we ons richten op verschillende talenten. Aansluitend bij terminologie van meervoudige intelligentie van Howard Gardner denken we dan aan talenten op taalkundig, logisch-wiskundig, visueel- ruimtelijk en op muzikaal gebied en op talenten op het gebied van sport-beweging en op het gebied van de natuur. (Is dit een werkbare indeling die past bij de doelgroep?)

Naast olympiades, masterclasses, taalcertificaten en dergelijke, hebben we het dan concreet over activiteiten gericht op sport, muziek, beeldende vorming of natuur. We willen zoveel mogelijk leerlingen deel laten nemen aan dit programma. (Iedereen mee laten doen of een deel? Welk deel? Verplicht of vrijwillig?)

Ons voorstel is om de onderdelen zoveel mogelijk in de verschillende pta’s van de vakken vast te leggen. In alle nieuwe examenprogramma’s (m.u.v.NL&T) bestaat sinds 2007 vrijheid om vakonderdelen toe te voegen aan de beschreven domeinen. Bovendien mag dat per kandidaat verschillen[2].

Leerlingen kunnen dan binnen hun vakkenpakket een aantal activiteiten kiezen en de beoordeling laten meewegen in het bijbehorende vak. (Moeten we deze activiteiten wel in het pta onderbrengen? Wat moet de omvang zijn?)

Prikkels
Vwo-leerlingen zijn in het algemeen eerder intrinsiek gemotiveerd dan havo-leerlingen. Als we alle leerlingen hierbij willen betrekken zullen we deze leerlingen wellicht ook op verschillende manieren moeten motiveren.

  • Seer (gezamenlijke voorbereiding, hoe ver komt onze groep, onze school?). 
  • Enthousiasme bij collega’s
  • PR en aandacht zowel op de locatie en de website van de school. Zo mogelijk in de regionale en landelijke pers. Niet alleen de winnaars in het zonnetje zetten, ook aandacht voor de ‘verliezers’.
  • Prijsuitreiking
  • Faciliteren door tijd en begeleiding (klassikaal of individueel) beschikbaar te stellen, reiskosten te vergoeden, etc. 
  • Door het invoeren van een keuzeaspect (Bij vrijwillige opgave keuze in olympiades, projecten met de universiteit, etc. Bij verplichting een keuze tussen onderdelen uit de verschillende vakken van het vakkenpakket, waaronder bovengenoemde zaken)
  • Competitie-element
  • Certificaat
  • Als het kan helemaal of gedeeltelijk vastleggen in het pta als variabel onderdeel. (Hoe beoordelen? toetscijfer – kan gecompenseerd worden, handelingsdeel – afvinken problematisch)
  • Controle en eventueel strafmaatregelen

Wat (versterking leeromgeving):
We hebben een voorlopige lijst met activiteiten gemaakt.

  • deelname aan projecten met de universiteit, bijv. masterclass;
  • deelname aan olympiades: wi, na, sk, bi, info, ak, ec, ml, ANW;
  • deelname aan wedstrijden waarbij het gaat om schrijfopdrachten, dichten, debating, profielwerkstukken;
  • taalcertificaten;
  • deelname sportwedstrijden;
  • deelname muziekconcours;
  • (buitenschoolse) cursus
  • andere uitdagingen.

Hoe nu verder
Voor de zomervakantie is op een personeelsvergadering het draagvlak gepeild. Daaruit is opgemaakt dat collega’s dit belangrijk vinden en bereid zijn mee te werken.

Bespreken op MT

  • Voorleggen aan collega’s. Mening peilen in de teams over de gecursiveerde onderwerpen.
  • Vaststellen plan, deelstappen en tijdpad.
  • Vaststellen aan welke eisen/criteria de activiteiten moeten voldoen. (Aan welke criteria moeten activiteiten voldoen w.b. tijd, plaats, uitvoering, samenwerking, inzet, etc.?)
  • Inventariseren welke activiteiten, zowel in de school als regionaal en landelijk, in aanmerking komen. (vraag aan collega’s om aan te vullen en activiteiten voor hun eigen vak door te geven)
  • Op basis hiervan stellen we een programma samen.
  • Uitzoeken hoe we dit programma op een goede manier kunnen plaatsen in het totale onderwijsprogramma, bijvoorbeeld door het in het pta te zetten. Per vak wedstrijden en projecten aandragen.
  • Aanstellen van een coördinator die de communicatie en de organisatie schoolbreed regelt, enthousiasmeert (promotie intern), pr regelt (promotie extern).
  • Doelstelling voor deelname vaststellen. (% leerlingen dat serieus heeft meegedaan aan een olympiade of vergelijkbare activiteit)
  • Begroting maken.

Gefaseerd beginnen in de vwo-bovenbouw. Voor deze leerlingen vrijwillig. Leerlingen van de havo worden in de gelegenheid gesteld mee te doen.


[1] Verschil moet er wezen: Een werkdocument over verschillen tussen havo en vwo-leerlingen in de tweede fase en handreikingen om daarmee om te gaan, Berenice Michels, Enschede, april 2006

[2] “Indien het bevoegd gezag daarvoor kiest: andere vakonderdelen, die per kandidaat kunnen verschillen.”